De Leeshoek: Het Pad van de Qu, deel 1

Het Boek van de Qu vervolgt zich in het Pad van de Qu. De leeshoek van Geekstijl gaat verder met dit spannende nieuwe avontuur rondom o.a. Lin en Qu’Mar. Terug lezen wat aan dit verhaal vooraf ging? Bekijk dan hier delen 1, 2 en 3 van het Boek van de Qu, of bezoek www.qu-mar.nl.

Het pad van de Qu, deel 1 – Martijn Lindeboom.

QuMar verwelkomt Lin en Siu 240x300 De Leeshoek: Het Pad van de Qu, deel 1

Qu'Mar verwelkomt Lin en Siu

Het licht veranderde langzaam terwijl ze het pad tussen de werelden verder af rommelden. Lin ging staan op de bok van de Fortwagen van haar familie en keek vooruit, over de harige rug van de ingespannen mammoet. Het pad liep naar beneden, de kloof uit, waar ze manenlang gewoond hadden en het was hobbelig. Ze zakte door haar knieën om de schokken op te kunnen vangen, terwijl ze haar handen boven haar ogen vouwde tegen het scherpere licht van de nieuwe wereld. Voor hen reden slechts twee andere wagens. Recht voor hen reed die van de Xi, de aanvoerder van de karavaan der Lege Plaatsen. Ze zwaaide naar Siu, die naast zijn vader op de bok zat, maar hij zag haar niet, zo ingespannen staarde hij naar voren. Helemaal vooraan reed de wagen van de Qu, de meesterkrijger. De torens en de bok van zijn wagen werden bemand door krijgers van de karavaan, terwijl Qu’Mar zelf voor de karavaan uit liep, als verkenner en eerste buffer tegen gevaar. Hij was een duistere vorm, een karavaanlengte vooruit, die zwart afstak tegen het oranje en gouden schijnsel van de nieuwe wereld.

De randen van de kloof van Ghythan begonnen te vervagen en ze reden een uitgestrekte vlakte op, doorsneden door een rivier en met mesa’s in de verte en een heuvel in de vorm van een stenen vuist recht voor hen. Laag struikgewas en rotsknobbels doorbraken de dorre uitgestrektheid.

“Ik herken het niet,” mompelde Lins vader naast haar. Hij klonk niet op zijn gemak. Ze fronste en keek om zich heen. De hele karavaan, tweeëndertig Fortwagens, reed de vlakte op, alsof ze uit een fata morgana tevoorschijn kwamen. Stof wolkte om de manshoge wielen en Lin zag hoe de Qu met handgebaren de krijgers en menners aanwijzingen gaf.

“Naar die heuvel,” vertaalde Lin. “Een beschutte plek zoeken. De vlakte is niet veilig.”

Haar vader knikte en trok zachtjes aan de touwen, bevestigd aan de slurf van de mammoet. Het machtige beest dat al generaties hun Fortwagen trok en lid was van de familie, begon harder te lopen en boog een beetje af naar links. Elke wagen had een vaste plek in de kampopstelling, als blokken in de muur van een kasteel.

Voor hen sprong Qu’Mar tegen de wand van de heuvel op. Rood stof spatte op onder zijn voeten en grijpende vingers. Lin kneep haar ogen tot spleetjes. De heuvel was stijl en rotsig, maar het leek wel alsof er kijkgaten in zaten. Of poorten.

“Ruiken jullie dat?” vroeg Lins moeder, vanaf haar uitkijkplaats achterop de wagen. Haar stem was een gericht gefluister dat buiten zijn doelwit onhoorbaar was. De karavaan der Lege Plaatsen was serieus in het ontwijken van ontdekking. Ze was één van de beste krijgers van de karavaan, maar ze klonk bezorgd. Haar vaders gesnuif overstemde dat van Lin zelf. Kaneel en kurkuma en… nog iets.

“Honing,” mompelde Lins vader. Ze fronste. Het rook zoek en verleidelijk. Dat rechtvaardigde de trilling in haar ouders stemmen niet. Voordat ze daar over door kon vragen zag ze dat Qu’Mar zich omdraaide, halverwege de heuvel. Hij wenkte scherp en dwingend: verdedigende opstelling, volledige cirkel. Qu’Mar bewoog zich gespannen en dat beviel haar helemaal niet. Zelfs in gevaar was de krijgsmeester altijd rustig en ontspannen.

“Ik ga naar hem toe,” zei Lin. Ze snapte niet wat er aan de hand was, maar als ze kon helpen, dan bleef ze niet achterin hangen als een kind. Dit was vast haar volgende stap op het pad van de Qu. Ze glipte van de bok, landde naast het rechter voorwiel en rende tussen de stampende poten van Bulder door. Met snelle stappen opzij en rukjes van haar hoofd ontweek ze de gericht geroepen bevelen van haar ouders. Als je er niet bent, kun je niet geraakt worden… Lin wist dat ze minstens zo’n goede krijger als haar moeder was.

Ze rende de dekking van de wagen van de Xi in en ze zag Siu springen, voordat ze hem kon begroeten. Hij landde naast haar en rolde. Zijn zilverige haar vloeide achter hem aan, grof bijeen gehouden door een blauwe hoofdband. Dat zij twee manen eerder dan hij de hoofdband had ontvangen van de Qu, had hun vriendschap een tijdlang onder druk gezet. Ze glimlachte opgelucht, toen ze zijn grijns zag.

Ze kwamen bij de heuvel en het was alsof ze tegen reuzentraptreden op sprongen. Lin kuchte van het rode stof, maar ze sprong toch verder. Haar vingers grepen naar een uitsteeksel. Een schok sneed door haar heen, toen haar vingers diep in de steen beten. Het was geen rots. Geen steen. Het voelde aan als bros koraal of vermolmd, uitgedroogd hout.

Siu greep haar pols en trok haar verder omhoog. Ze rukte haar kap over haar gezicht en keek omhoog. Qu’Mar staarde naar hen, zijn armen voor zijn borst gekruist. Zijn duistere ogen stonden streng.

“Kom op,” zei Siu zachtjes. “We kunnen helpen. Hij doet vast alsof hij boos is net als toen je in zijn Fortwagen binnenglipte…”

“Ja, ja,” snauwde Lin geërgerd. Ze wilde niet herinnerd worden aan de reden van hun ruzie. Voor Siu weer wat kon zeggen sprong ze verder omhoog. De zoon van de Xi volgde haar op de voet.

Tegelijkertijd sprongen ze op het plateau waar de krijgsmeester uit stond te kijken op de karavaan, die zich in een beschermende cirkel opstelde. Lin deed haar mond open om te vragen wat er aan de hand was. Haar woorden veranderden in een gil, toen de bodem onder hen openscheurde. Ze greep naar Siu, die de zwarte diepte in verdween, zonder te letten op het feit dat ze zelf ook viel.

Vingers van vuur beten in haar schouders en ze gilde. Onder haar gaapte duisternis, Siu was al verdwenen en boven haar… Ze keek omhoog. Qu’Mar Ti-jin had zijn voeten aan beide kanten van de scheur in de heuvel gehaakt en hing in split boven haar, op de kop. Haar enige verbinding met de buitenwereld. Haar ogen brandden. Ze wilde achter Siu aan springen, maar de vurige ogen van de krijgsmeester verboden dat.

Binnenkort deel 2 van ‘Het pad van de Qu’ op Geekstijl.nl!

Geschreven door Martijn Lindeboom. Illustraties door Remco Nieboer

Laat een reactie achter