De Leeshoek: Het Pad van de Qu, Deel 3

Het Boek van de Qu vervolgt zich in het Pad van de Qu. De leeshoek van Geekstijl gaat verder met dit spannende nieuwe avontuur rondom o.a. Lin en Qu’Mar. Terug lezen wat aan dit verhaal vooraf ging? Bekijk dan hier delen 1, 2 en 3 van het Boek van de Qu, deel 1 en 2 van Het Pad van de Qu, of bezoek www.qu-mar.nl.

Het Pad van de Qu, deel 3 – Martijn Lindeboom

Lin Ci-jin keek toe hoe overal onder haar zwarte vormen zich door het bijna donker bewogen. De wezens waren allemaal op weg naar de plek waar Siu terecht gekomen was. Knarsend met haar tanden probeerde ze te ontwaren wat er op haar vriend af kwam. Even zag ze zijn blauwe hoofdband weer. Het wezen dat over hem heen knielde, was kennelijk opzij gestapt. Ze greep die kans impulsief aan en fluisterde: “Siu, kun je me horen?” Ze tuitte haar lippen en kromde haar tong precies zo dat haar woorden enkel en alleen hem zouden bereiken. Ze zag het blauw van zijn band op en neer bewegen. Hij had haar gehoord!

“Ben je gewond?” Zijn hoofd bewoog heen en weer. Toen schoof er weer een duistere schaduw over hem heen. Ze beet op haar lip, om een nieuwe fluistering in te houden. Die zou het wezen dan vol raken en hem op haar aanwezigheid attenderen…

Ze ging steeds verder uit het gat hangen, in de hoop dat ze onder een andere hoek wel kon zien wat voor wezens er over de vloer van de grot krioelden. Ze ontwaarde lange armen, meer dan gebruikelijk, stekelig haar en glanzende vlakken, waarin het groene licht reflecteerde. Huiverend trok ze zich weer wat op. “Voorzichtig, Lin!” Siu’s gefluister liet haar zo schrikken dat ze bijna losliet en het gat in viel.

“Wat zijn dat voor wezens?” siste ze terug. Hij bewoog voorzichtig en ze had de indruk dat hij overeind kwam.

“Weet ik niet,” kwam het antwoord. “Maar ze negeren me volkomen.” Hij was nu overeind en bewoog heen en weer.

“Niet doen!” beval ze, maar ze zag hem met zijn armen zwaaien. Er gebeurde niets akeligs. Lin leunde weer naar beneden en zag de duistere wezens om Siu heen stappen. Hij zei nu op normale toon: “Heb je licht?”

Ze aarzelde even, maar ook op zijn stem werd niet gereageerd. Neem niet alles aan op de eerste indruk, had de krijgsmeester gezegd. Haar lip deed pijn, zo hard beet ze erop. Met een snelle ademhalingsoefening dwong ze zich te ontspannen. Drie keer uitblazen, één keer rustig in. Toen richtte ze haar vuistlamp dieper de ruimte in en kneep.

Een hobbelige vloer, van ontelbare achthoeken van verschillende grootte werden zichtbaar. Vele waren leeg, sommige gevuld met een fluorescerende vloeistof, een paar afgedicht met een glanzend materiaal. Ze verplaatste haar lichtstraal. Ze verstijfde. In de ruimte liepen tientallen wezens op steltachtige, harige poten. Hun facetogen en de platen op hun opbollende, gesegmenteerde lijven, glinsterden in haar schijnsel. Een kreet van Siu deed haar uit haar fascinatie opschrikken. Haar lamp doofde en ze siste: “Hou je stil!”

“Zag je dat?” riep hij terug.

“Tuurlijk!” fluisterde ze terug. “Wat een engerds!”

“Nee!” snauwde hij terug. “Onder de vloer, in zo’n achthoek!”

Ze hield haar adem in en balde haar vuist weer. Ze volgde Siu’s uitgestoken vinger in de baan licht. In de raat die hij aanwees zag ze een vorm. Geen spinnenpoten. Geen chitine platen. Een gestreept lijf, goud en zwart, maar onmiskenbaar menselijk. Opgerold in een bal, op zijn zij. Een kind.

Instinctief wist ze dat Siu direct zou handelen, in plaats van te overleggen.

“Stop!” riep Lin nog. De woorden van de krijgsmeester echoden nog in haar gedachten, maar Siu had zijn vuist al geheven en hij sloeg naar beneden. Een keiharde, perfect uitgevoerde stoot, die een barst sloeg in de afdeklaag. De spinwezens reageerden onmiddellijk. Een gepiep, zo schril en hoog dat het meer te voelen was dan te horen, schalde door de ruimte. Siu keek geschrokken op, toen het dichtstbijzijnde wezen op hem af stormde, de voorste twee poten geheven om hem aan te vallen.

Lin dook uit haar gat in het plafond en schopte met twee voeten tegelijkertijd tegen de zijkant van de kop van het wezen. Haar timing was goed, maar één voet glipte weg op het glibberige chitine. Het was alsof ze tegen de gong van de Xi schopte, een holle toon galmde door de grot. Lin landde op haar voeten, toch wist niet te voorkomen dat ze achterover viel. Ze probeerde te rollen, maar de raten op de vloer waren stug en onregelmatig. Moeizaam krabbelde ze overeind. Nu hoorde ze naast het geknisper en geknars ook gefladder. Het was weer stikdonker en ze tolde om haar as, toen iets haar schouder greep.

“Lin!”gilde Siu, dodelijk geschrokken en ze wist de klem die zijn arm zou breken nog net op tijd te ontspannen. Ze veranderde de techniek in een omarming. Fronsend kneep ze weer in de vuistlamp en er ging een rilling langs haar ruggengraat. Ze waren omsingeld!

 

Geschreven door Martijn Lindeboom. Illustraties door Remco Nieboer

Laat een reactie achter