De Leeshoek: Schat van een Draak, deel 4 – Jack Schlimazlnik

FireBreathingDragonOverLondon5 300x280 De Leeshoek: Schat van een Draak, deel 4 – Jack SchlimazlnikHet vierde en laatste deel van een nieuw verhaal in episodes op de Geekstijl boekenplank! Geniet in onze Leeshoek lekker ouderwets mee met spannende afleveringen uit de onuitputtelijke verbeelding van Nederlands Fantasy en Science Fiction talent. In ‘Schat van een Draak’ laat Jack Schlimazlnik ons zien dat het leven van een draak niet over rozen gaat, en dat begerigheid een mens kan veranderen. Benieuwd naar deze Geekstijl Original? Lees hier deel 1deel 2, en deel 3! Heb jij een verhaal dat een plekje op Geekstijl verdient? Laat het ons weten!

 

Schat van een Draak, Deel 4 – Jack Schlimazlnik

Herman stroopte zijn mouwen op en ging aan de slag. Hij zette de schatten opzij om naar het kistje te zoeken dat ik hem beschreven had. ‘Ik zal het vinden,’ hoestte hij. ‘Het is de enige redding.’

Ik hongerde. Mijn maag kromp samen. Ik had die redding nodig. Ik had maagden nodig. Ik moest eten. Toch voelde ik intuïtief dat ik Herman niet kon eten. Zijn geest was zuiver. Zijn gedachten waren vervuld met slechts één doel, dat zijn ogen liet schitteren. Hij was op zoek naar redding, naar mijn kistje dat die redding zou bieden. Onvermoeid ging hij voort met het graven tussen de schatten. Hij krabde op zijn rug, waar het stof hem belaagde. Hoe zou hij smaken? De honger knorde in mijn maag. En toen in mijn andere maag, die met de zwavelhoudende zuren. Ik nieste een vlam over Hermans vlezige rug.

Hij keek op. ‘Als je mij opeet, kan ik je niet tegen de andere draken helpen en moet je eeuwig hongeren.’

Voorzichtig tilde hij een paar kisten van hun plaats. Hij keek er niet eens in. Zijn simpele geest was niet geïnteresseerd in een schat van een draak. Hij was uitsluitend bezig met het zoeken naar het kistje dat mij aan de macht zou helpen. Zuiver van geest, zoals alle onnozelen. Als hij het kistje had gevonden en we de draken verslagen hadden, kon ik hem alsnog verslinden. Aan hem ging niets verloren als ik hem in twee, drie happen at.

Hij vond het kistje uiteindelijk in een nis van de duisterste kamer, waar een stalactiet kalk had gelekt op het deksel. Nog steeds hield ik hem met één oog in de gaten. Het was voor het eerst dat hij langer dan een ogenblik keek naar een van mijn schatten.

‘Dit is het?’ vroeg hij me.

Ik knikte. Het doosje was wat kleiner dan ik me herinnerde. Ik rook, heel vaag, de geur van mistel.

Herman maakte aanstalten de kalk van het deksel te verwijderen.

‘Wat wil je doen met het mistelstof?’ onderbrak ik zijn werkzaamheden.

Zijn ogen glansden, alsof mijn vraag hem ontroerde. ‘Met de mistel kan ik je transformeren in een natuurlijke vijand van de jonge draken, zodat de voedselketen hersteld wordt.’

De ketenen van de honger trokken zich strak om mijn darmen. Misselijkheid maakte zich van mij meester. Al drie manen had ik niets gegeten. Ik begreep Herman. Hij wilde de honger verdrijven. Ik besefte dat de jonge draken uit mijn rijk rond de Nevelsteen zouden verdwijnen. Een aangename rust zou wederkeren en ik zou mijn liefde voor het weke vlees van maagden opnieuw kunnen tonen. Hun bloed zou weer rijkelijk vloeien. Misschien zou ik me niet eens aan Herman hoeven vergrijpen.

‘Je weet hoe je met mistelstof om moet gaan?’ vroeg ik. De jeuk herinnerde ik me nog. Mijn jonge ijzeren klauwen hadden me tot bloedens toe gekrabd.

Herman knikte. ‘Je zult een veel machtiger wezen worden.’ Hij verwijderde de kalk van de scharnieren en het slot.

Ik fronste. ‘Ik leef al honderden jaren in dit lichaam. Het voelt goed. Zal ik mijn schubben kunnen houden om me te beschermen? Er zijn lichaamsdelen waar ik aan gehecht ben geraakt.’ Ik zwiepte met mijn staart.

‘Je zult je schubben behouden. En je staart. Ik beloof het je, de transformatie zal voorspoedig verlopen.’

‘Goed dan. Laten we transen vormen en vanaf daar de indringers van mijn rijk bestrijden met mij als machtigste wezen!’ Ik boog mijn kop. Er was geen andere mogelijkheid. Herman zou mij de krachten geven om de draken die het dal teisterden te verslaan. Hij hief het parelmoeren kistje boven zijn hoofd en opende het. Mistelstof waaide eruit. Het daalde op mijn schubben neer. De tinteling veroorzaakte een onaangename jeuk. Ik herkende de toverkracht. Ik verkrampte. Mijn spieren spanden zich in onmogelijke houdingen. Trillend viel ik op de grond toen mijn geklauwde poten onder mij verdwenen. Mijn schedel beukte tegen het goud waarmee de vloer van mijn woonstee geplaveid was. De schubben verweekten en plooiden zich om de nieuwe vormen van mijn lichaam.

Tegelijkertijd waaide het mistelstof het dal in, bevolen door de krachtige woorden van Herman, die versterkt werden door de occulte tekens die hij in de lucht gebaarde. Het stof slierde over de wouden en glinsterde boven de schuilplaatsen van de jongelingen.

Het stof was waarschijnlijk mijn longen binnengedrongen, want die trokken samen in hevige krampen wat resulteerde in een hulpeloos hoesten. In een doffe spiegel, de lijst ingelegd met parels en robijnen, zag ik de vormen van mijn stuiptrekkende lichaam. Een vis. Herman had mij in een vis veranderd, een sardine met zilveren schubben, met smekende ogen en een wanhopig klappende staart. Hoe kon ik als sardine de jonge draken verslaan? Terwijl ik op het droge naar adem snakte, vertroebelde mijn blik.

Ik zag nog hoe Herman rondkeek in mijn hol, hoe hij gouden munten als zand door zijn vingers liet stromen. Hij propte de sieraden in zijn zakken, nam de edelstenen in zijn ransel. Hij wierp nog een sluwe blik op mij.

‘Doe het niet!’ wilde ik hem zeggen, maar ik kon slechts naar adem happen. Ik zou mijn schatten willen opgeven nu ik mijn leven echt in gevaar zag. Waar had mijn verzamelwoede toe geleid? Mijn schat kon mijn leven niet redden.

Ten slotte stopte Herman zijn hemd en broek vol goud. Ik zag de schittering van de zon op de prille schubben van zijn handen toen hij mijn hol verliet. Ik zag hoe zijn nog korte staart zwaaide om het topzware, met goud beladen lichaam in balans te houden. Ik hoorde hoe zijn ijzeren klauwen klikten op het graniet terwijl hij zich van mijn grot verwijderde.

Mijn ziel verliet toen mijn lichaam.

 

Hier in het hellevuur wordt mijn ziel gebakken als straf voor de hebzucht die mijn leven teisterde en van mensen beesten maakt. Mijn enige troost is dat naast mij de lichamen van de jonge draken spartelen in het spetterende vet dat hun vissenlichamen langzaam bakt.

EINDE

 

 De Leeshoek: Schat van een Draak, deel 4 – Jack Schlimazlnik

Laat een reactie achter